Art. 10 Richtlijn 88/378/EEG
1. Het EG-typeonderzoek is de procedure waarbij een erkende instantie vaststelt en verklaart dat een speelgoedmodel aan de in artikel 3 bedoelde fundamentele voorschriften voldoet.
2. De aanvraag voor een EG-typeonderzoek wordt door de fabrikant of door diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde bij een erkende instantie ingediend.
De aanvraag omvat:
- een beschrijving van het speelgoed;
- naam en adres van de fabrikant of van diens gemachtigde(n), alsmede de plaats waar het speelgoed wordt vervaardigd;
- uitvoerige gegevens over ontwerp en vervaardiging, vergezeld van een model van het speelgoed waarvan produktie wordt overwogen.
3. De erkende instantie verricht het EG-typeonderzoek op de volgende wijze:
- zij onderzoekt de door de aanvrager voorgelegde documenten en gaat na of deze in orde zijn;
- zij gaat na of het speelgoed geen gevaar oplevert voor veiligheid en/of gezondheid in de zin van artikel 2;
- zij voert de dienstig geachte onderzoeken en proeven uit en past zoveel mogelijk de in artikel 5, lid 1, geharmoniseerde normen toe om na te gaan of het model aan de in artikel 3 bedoelde fundamentele voorschriften beantwoordt;
- zij kan om nog andere exemplaren van het model verzoeken.
4. Indien het voorgelegde model aan de in artikel 3 bedoelde fundamentele voorschriften beantwoordt, stelt de erkende instantie een verklaring van EG-typeonderzoek op, die aan de aanvrager wordt toegezonden. In deze verklaring zijn de bevindingen van het onderzoek opgenomen en wordt aangegeven welke voorwaarden in voorkomend geval aan de verklaring zijn verbonden; tevens zijn daarin beschrijvingen en tekeningen van het goedgekeurde speelgoed opgenomen.
De Commissie, de andere erkende instanties en de overige Lid-Staten kunnen een afschrift van de verklaring en, op een met redenen omkleed verzoek, een afschrift van het technisch dossier en van de verslagen van de verrichte onderzoeken en proeven verkrijgen.
5. De erkende instantie die een verklaring van het EG-typeonderzoek weigert af te geven, stelt daarvan de Lid-Staat die de instantie heeft erkend en de Commissie op de hoogte onder vermelding van de redenen voor haar weigering.