Art. 1 Verordening (EEG) nr. 4056/86, Doel en werkingssfeer van de verordening

Verordening (EEG) nr. 4056/86

1. Bij deze verordening worden de regels voor de toepassing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag op het zeevervoer vastgesteld.

2. Deze verordening heeft uitsluitend betrekking op internationale diensten voor het zeevervoer van of naar een of meer havens van de Gemeenschap, met uitzondering van de wilde vaart.

3. In de zin van deze verordening wordt verstaan onder:

a) "wilde vaart'': het zeevervoer van goederen in bulk of als stortgoed in grote verpakking (break-bulk) in een schip dat op basis van een reisbevrachtings- of tijdbevrachtings-

overeenkomst, of van enige andere vorm van overeenkomst, geheel of gedeeltelijk aan één of meer verladers wordt verhuurd voor niet geregelde of niet bekendgemaakte afvaarten, wanneer over de vrachttarieven per geval afzonderlijk vrij wordt onderhandeld overeenkomstig de voorwaarden van vraag en aanbod;

b) "lijnvaartconference of conference'': een groep van twee of meer vervoerders die schepen exploiteren, die internationale lijndiensten onderhoudt voor het vervoer van lading op een bepaalde route of routes binnen omschreven geografische grenzen en die een overeenkomst of regeling, van welke aard ook, heeft getroffen binnen het kader waarvan zij opereren op basis van eenvormige of gemeenschappelijke vervoertarieven en enigerlei andere overeengekomen voorwaarden met betrekking tot het aanbieden van lijndiensten;

c) "vervoergebruiker'': een onderneming (bij voorbeeld verladers, geadresseerden, expediteurs, enz.), voor zover deze met een "conference'' of scheepvaartonderneming voor het vervoer van goederen een contractuele of andere regeling is aangegaan, of blijk geeft van het voornemen daartoe, dan wel een vereniging van verladers;

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Volgende artikelen