Art. 3 Richtlijn 86/653/EEG
1. De handelsagent dient in de uitoefening van zijn bezigheden te waken over de belangen van de principaal en loyaal en te goeder trouw te handelen.
2. In het bijzonder moet de handelsagent:
a) zich naar behoren wijden aan de onderhandelingen over en, in voorkomend geval, aan het sluiten van de transacties waarmede hij wordt belast;
b) aan de principaal alle nodige inlichtingen verschaffen, waarover hij beschikt;
c) de redelijke instructies opvolgen die de principaal hem geeft.