Art. 1

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt beschouwd als:

1. »een niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige" de belastingplichtige als bedoeld in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 77/388/EEG, die gedurende de periode, bedoeld in artikel 3, lid 1, van de onderhavige richtlijn op het betrokken grondgebied noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft gehad van waaruit de handelingen worden verricht, noch, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, aldaar zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft gehad, en die in dezelfde periode geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats geacht wordt in de in artikel 2 bedoelde Lid-Staat te zijn gelegen, met uitzondering van:

a) vervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten, die zijn vrijgesteld uit hoofde van artikel 14, lid 1, onder i), artikel 15 of artikel 16, lid 1, onder B, C en D, van Richtlijn 77/388/EEG;

b) diensten in de gevallen waarin de belasting uitsluitend verschuldigd is door de ontvanger overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder b), van Richtlijn 77/388/EEG;

2. »grondgebied van de Gemeenschap" de gebieden van de Lid-Staten waar Richtlijn 77/388/EEG van toepassing is.

Uitspraken die dit artikel aanhalen