Art. 3 Verordening (EEG) nr. 2677/85
Elk verpakkingsbedrijf voert, vanaf de dag van erkenning, een dagelijkse voorraadboekhouding welke ten minste de volgende gegevens bevat:
a) de voorraad olijfolie, ingedeeld naar oorsprong en verpakkingsvorm, op de dag van erkenning;
b) de hoeveelheid en de kwaliteit van elke in het bedrijf aangevoerde partij olijfolie, ingedeeld naar oorsprong en verpakkingsvorm;
c) voor elke aangevoerde partij, het nummer van de aankoopfactuur of, eventueel, van het ontvangstbewijs of enig ander gelijkwaardig voor die partij opgemaakt document;
d) het aantal in het bedrijf aangevoerde onmiddellijke verpakkingen, ingedeeld naar de inhoud, alsook het nummer van de aankoopfactuur of, in voorkomend geval, het nummer van het ontvangstbewijs of enig ander gelijkwaardig document;
e) het aantal gebruikte onmiddellijke verpakkingen, ingedeeld naar de inhoud;
f) de hoeveelheid en de kwaliteit van de verpakte olijfolie;
g) per partij, de hoeveelheid en de kwaliteit van de olijfolie die het bedrijf heeft verlaten;
h) voor elke partij die het bedrijf heeft verlaten, het nummer van de verkoopfactuur of, eventueel, van het bewijs van uitslag of van enig ander voor de partij opgemaakt gelijkwaardig document;
i) de verplaatsingen van de olie op het terrein als bedoeld in artikel 7, lid 2, sub a), en tussen dit terrein en de opslagplaats als bedoeld in artikel 7, lid 2, sub b).
Wanneer een bedrijf dat olijfolie verpakt ook zaadolie verpakt, dient dat bedrijf voor laatstgenoemde activiteit een afzonderlijke dagboekhouding van de voorraden te voeren.