Art. 1 Verordening (EEG) nr. 1999/85
1. In deze verordening worden de regels vastgesteld die van toepassing zijn op de regeling actieve veredeling.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 2, kunnen onder de regeling actieve veredeling, overeenkomstig de bepalingen van deze verordening, de volgende goederen in het douanegebied van de Gemeenschap worden bewerkt, ten einde er één of meer veredelingshandelingen te ondergaan:
a) niet-communautaire goederen die bestemd zijn om in de vorm van veredelingsprodukten weder uit het douanegebied van de Gemeenschap te worden uitgevoerd, zonder dat deze goederen aan rechten bij invoer onderhevig zijn;
b) in het vrije verkeer gebrachte goederen, waarbij de voor deze goederen geldende rechten bij invoer worden terugbetaald of kwijtgescholden indien zij in de vorm van veredelingsprodukten opnieuw uit het douanegebied van de Gemeenschap worden uitgevoerd.
3. In de zin van deze verordening wordt verstaan onder:
a) invoergoederen: niet-communautaire goederen waarvoor in het kader van het schorsingssysteem de formaliteiten inzake plaatsing onder de regeling actieve veredeling zijn vervuld of waarvoor de formaliteiten inzake het in het vrije verkeer brengen alsmede de in artikel 24 voorziene formaliteiten in het kader van het terugbetalingssysteem zijn vervuld;
b) communautaire goederen: goederen die:
- geheel zijn verkregen in het douanegebied van de Gemeenschap, zonder toevoeging van goederen afkomstig uit derde landen of uit gebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap;
- afkomstig zijn uit landen of gebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap en die zich in een Lid-Staat in het vrije verkeer bevinden;
- in het douanegebied van de Gemeenschap zijn verkregen, uitgaande van de hetzij uitsluitend in het tweede streepje, hetzij in het eerste en tweede streepje bedoelde goederen;
c) niet-communautaire goederen: andere goederen van die bedoeld in onderdeel b).
Onverminderd de met derde landen gesloten overeenkomsten voor de toepassing van de regeling communautair douanevervoer worden ook als niet-communautaire goederen beschouwd goederen die, hoewel zij voldoen aan de voorwaarden in onderdeel b), opnieuw in het douanegebied van de Gemeenschap worden ingevoerd na uit dit douanegebied te zijn uitgevoerd;
d) equivalente goederen: communautaire goederen die ter vervanging en in plaats van de invoergoederen worden gebruikt voor de vervaardiging van veredelingsprodukten;
e) persoon:
- een natuurlijke persoon, of
- een rechtspersoon of,
- wanneer deze mogelijkheid in de vigerende voorschriften bestaat, een vereniging van personen die als handelingsbevoegd worden erkend, zonder dat zij de juridische status van rechtspersoon bezit;
f) vergunninghouder: persoon aan wie een vergunning voor actieve veredeling is afgegeven;
g) veredelaars: personen die alle of enkele veredelingshandelingen verrichten;
h) veredelingshandelingen:
- bewerking van goederen, daaronder begrepen het monteren, de assemblage, het aanpassen daarvan aan andere goederen;
- verwerking van goederen;
- herstelling van goederen, daaronder begrepen revisie en afstelling;
- aanwending van bepaalde goederen, aangezien volgens de procedure van artikel 31, leden 2 en 3, die niet meer in de veredelingsprodukten voorkomen maar die de vervaardiging van deze produkten mogelijk maken of vergemakkelijken, zelfs indien deze goederen tijdens hun aanwending geheel of gedeeltelijk verdwijnen;
i) veredelingsprodukten: alle produkten die het resultaat zijn van veredelingshandelingen;
j) onveredelde goederen: ingevoerde goederen die geen veredelingshandelingen hebben ondergaan;
k) rechten bij invoer: zowel douanerechten en heffingen van gelijke werking, als landbouwheffingen en andere belastingen bij invoer welke zijn vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of van de specifieke regelingen welke van toepassing zijn op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen;
l) rechten bij uitvoer: landbouwheffingen en andere belastingen bij uitvoer welke zijn vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of van de specifieke regelingen welke van toepassing zijn op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen;
m) douaneautoriteit: elke voor de toepassing van de douaneregeling bevoegde autoriteit, zelfs indien deze niet tot de douanedienst behoort;
n) systeem inzake schorsing: de regeling actieve veredeling in de in lid 2, onderdeel a), bedoelde vorm;
o) terugbetalingssysteem: de regeling actieve veredeling in de in lid 2, onderdeel b), bedoelde vorm;
p) opbrengst: de hoeveelheid of het percentage veredelingsprodukten verkregen bij de veredeling van een bepaalde hoeveelheid invoergoederen. Artikel 2
1. Wanneer is voldaan aan de voorwaarden van lid 2, staat de douaneautoriteit behoudens het bepaalde in lid 4 toe dat:
a) de veredelingsprodukten worden verkregen uit equivalente goederen;
b) de uit equivalente goederen verkregen veredelingsprodukten uit de Gemeenschap worden uitgevoerd voordat de invoer van invoergoederen heeft plaatsgevonden.
2. De equivalente goederen moeten dezelfde kwaliteit en dezelfde kenmerken hebben als de invoergoederen. In bijzondere gevallen, vastgesteld volgens de in artikel 31, leden 2 en 3, bedoelde procedure, kan echter worden toegestaan dat de equivalente goederen zich in een verder gevorderd fabricagestadium bevinden dan de invoergoederen.
3. Bij toepassing van lid 1 bevinden de invoergoederen zich in de douanesituatie van de equivalente goederen en deze laatste in de douanesituatie van de invoergoederen.
4. Maatregelen om het gebruik van het bepaalde in lid 1 te verbieden of te beperken kunnen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 31, leden 2 en 3.
5. Bij toepassing van lid 1, sub b), en wanneer de veredelingsprodukten, indien deze niet in het kader van een actieve veredelingshandeling waren uitgevoerd, onderhevig zouden zijn geweest aan rechten bij uitvoer, dient de houder van de vergunning een zekerheid te stellen om de betaling van deze rechten te waarborgen voor het geval de invoer van de invoergoederen niet binnen de gestelde termijn zou plaatsvinden.