Art. 8 Richtlijn 85/611/EEG
1. De bewaarder moet zijn statutaire zetel hebben in de Lid-Staat waar de beheermaatschappij haar statutaire zetel heeft, dan wel daar zijn gevestigd indien hij zijn statutaire zetel in een andere Lid-Staat heeft.
2. De bewaarder moet een instelling zijn die onder overheidstoezicht staat. Hij moet over voldoende financiële waarborgen en vakbekwaamheid beschikken om de werkzaamheden die hij krachtens zijn taak van bewaarder moet verrichten, daadwerkelijk te kunnen uitvoeren en om de verplichtingen die uit de uitoefening van deze taak voortvloeien, na te komen.
3. De Lid-Staat bepaalt welke van de in lid 2 bedoelde soorten instellingen als bewaarder mogen worden gekozen.