Art. 4 Richtlijn 85/611/EEG

Richtlijn 85/611/EEG

1. Een icbe moet, om haar werkzaamheden te kunnen uitoefenen, zijn toegelaten door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat waar de icbe zich bevindt, hierna ,,bevoegde autoriteiten'' te noemen.

Deze toelating geldt voor alle Lid-Staten.

2. Een beleggingsfonds wordt pas toegelaten nadat de bevoegde autoriteiten de beheermaatschappij, het fondsreglement en de keuze van de bewaarder hebben aanvaard. Een beleggingsmaatschappij wordt pas toegelaten nadat de bevoegde instanties de statuten en de keuze van de bewaarder hebben aanvaard.

3. De bevoegde autoriteiten mogen een icbe niet toelaten wanneer de bestuurders van de beheermaatschappij, de beleggingsmaatschappij of de bewaarder niet de vereiste garanties inzake betrouwbaarheid bieden of niet de voor de uitoefening van hun functies nodige ervaring bezitten. Te dien einde moeten de identiteit van de bestuurders van de beheermaatschappij, van de beleggingsmaatschappij en van de bewaarder, alsmede iedere vervanging van deze bestuurders onmiddelijk aan de bevoegde autoriteiten worden gemeld.

Onder bestuurders worden diegenen verstaan die krachtens wet of statuten de beheer- of beleggingsmaatschappij of de bewaarder vertegenwoordigen of in feite het beleid van de beheer- of de beleggingsmaatschappij of van de bewaarder bepalen.

4. Voor iedere vervanging van de beheermaatschappij of van de bewaarder, alsmede voor alle wijzigingen van het fondsreglement of van de statuten van de beleggingsmaatschappij is goedkeuring van de bevoegde autoriteiten vereist.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen