Art. 5 Richtlijn 85/384/EEG
1. De onderdanen van een Lid-Staat die gerechtigd zijn de beroepstitel van architect te voeren uit hoofde van een wet waarbij aan de bevoegde instantie van een Lid-Staat de bevoegdheid wordt gegeven deze titel te verlenen aan de onderdanen van de Lid-Staten die zich in het bijzonder hebben onderscheiden door de kwaliteit van hun prestaties in de architectuur, worden geacht te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld voor het uitoefenen van de in artikel 1 bedoelde werkzaamheden onder de beroepstitel van architect.
2. De hoedanigheid van architect van de in lid 1 bedoelde betrokkenen blijkt uit een certificaat dat door de Lid-Staat van oorsprong of van herkomst van de begunstigden is afgegeven.