Art. 3 Richtlijn 85/384/EEG
De opleidingen die worden afgesloten met de in artikel 2 bedoelde diploma's, certificaten en andere titels, moeten worden gegeven door middel van studies op universitair niveau die hoofdzakelijk betrekking hebben op de architectuur. Dergelijke studies, waarbij evenveel aandacht moet worden besteed aan de theoretische als aan de praktische aspecten van de architectuuropleiding, moeten de verwerving waarborgen van:
1. het vermogen tot architectonische vormgeving die zowel aan esthetische als aan technische eisen voldoet;
2. passende kennis van de geschiedenis en de theorie der architectuur en aanverwante kunstvormen, technologische vakken en menswetenschappen;
3. kennis van de beeldende kunsten voor zover deze van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de architectonische vormgeving;
4. passende kennis van stedebouwkunde, planologie en de daarbij gebruikte technieken;
5. inzicht in de relatie tussen mensen en architectonische constructies en tussen architectonische constructies en hun omgeving, alsmede in de noodzaak om architectonische constructies en de ruimten daartussen af te stemmen op menselijke behoeften en maatstaven;
6. inzicht in het architectenberoep en de rol van de architect in de maatschappij, met name bij het maken van projecten waarin rekening wordt gehouden met sociale factoren;
7. inzicht in de methoden van onderzoek en van voorbereiding bij het maken van projecten;
8. inzicht in de problemen op het gebied van het constructief ontwerp, de constructie en de civiele bouwkunde in verband met het ontwerpen van gebouwen;
9. passende kennis van de natuurkundige en technologische vraagstukken, alsmede van de functie van het gebouw met het oog op het verschaffen van comfort en bescherming tegen weersomstandigheden;
10. technische bekwaamheid als ontwerper ten einde, binnen de door begrotingsfactoren en bouwvoorschriften gestelde grenzen, te kunnen voldoen aan de eisen van de gebruikers van het betrokken gebouw;
11. passende kennis van de industrieën, organisaties, voorschriften en procedures die een rol spelen bij de omzetting van ontwerpen in gebouwen en het inpassen van plannen in de planologie.