Art. 133 Verordening (EEG) nr. 918/83

Verordening (EEG) nr. 918/83

1. Het bepaalde in deze verordening vormt geen beletsel voor het verlenen door de Lid-Staten van :

a) vrijstellingen , hetzij krachtens het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer , hetzij krachtens het Verdrag van Wenen van 24 april 1963 inzake consulaire betrekkingen of andere consulaire overeenkomsten , hetzij krachtens het Verdrag van New York van 16 december 1969 inzake speciale missies ;

b) vrijstellingen die ressorteren onder gebruikelijke voorrechten , verleend krachtens internationale overeenkomsten of vestigingsovereenkomsten waarbij een derde land dan wel een internationale organisatie partij is , inclusief vrijstellingen die ter gelegenheid van internationale vergaderingen worden verleend ;

c) vrijstellingen die ressorteren onder gebruikelijke voorrechten , verleend krachtens internationale overeenkomsten gesloten door alle Lid-Staten te zamen tot oprichting van een culturele of wetenschappelijke instelling of organisatie naar internationaal recht ;

d) vrijstellingen die ressorteren onder de gebruikelijke voorrechten en immuniteiten , verleend in het kader van overeenkomsten voor culturele , wetenschappelijke of technische samenwerking met derde landen ;

e) bijzondere vrijstellingen , ingesteld in het kader van overeenkomsten met derde landen betreffende gemeenschappelijke acties voor personen - of milieubescherming ;

f) bijzondere vrijstellingen , ingesteld in het kader van overeenkomsten met aangrenzende derde landen , die gerechtvaardigd zijn door de aard van het grensverkeer met die landen .

2. Wanneer een internationale overeenkomst die niet onder een van de in lid 1 genoemde categorieën ressorteert en waartoe een Lid-Staat overweegt toe te treden , voorziet in het verlenen van vrijstellingen , dient deze Lid-Staat bij de Commissie een verzoek in om toepassing van deze vrijstellingsmaatregelen , waarbij hij haar alle noodzakelijke inlichtingen verstrekt .

Over dit verzoek wordt een besluit genomen overeenkomstig de procedure van artikel 143 , leden 2 en 3 .

3. De in lid 2 bedoelde inlichtingen zijn niet vereist wanneer de betrokken internationale overeenkomst voorziet in het verlenen van vrijstellingen die de door het communautaire recht vastgestelde grenzen niet overschrijden .