Art. 7 Verordening (EEG) nr. 565/80

Verordening (EEG) nr. 565/80

De bevoegde instanties van de Lid-Staten kunnen de toepassing van de regelingen van de verordening weigeren, indien de persoon van de aanvrager niet van dien aard is dat de waarborg bestaat dat de gehele verrichting overeenkomstig de geldende bepalingen zal geschieden.

In elke Lid-Staat wordt deze bevoegdheid uitgeoefend overeenkomstig de in deze Staat geldende beginselen inzake de non-discriminatie tussen de aanvragers en de vrijheid van handel en industrie.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen