Art. 16 Verordening (EEG) nr. 337/79
1. Voor invoer in de Gemeenschap van de in artikel 1 , lid 2 , sub a ) en b ) , genoemde produkten moet een invoercertificaat worden overgelegd . Uitvoer van de in artikel 1 , lid 2 , bedoelde produkten kan afhankelijk worden gesteld van het overleggen van een uitvoercertificaat .
2. Het certificaat wordt door de Lid-Staten afgegeven aan elke belanghebbende die daartoe het verzoek doet , ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap .
Het certificaat is geldig in de gehele Gemeenschap .
De afgifte van het certificaat is afhankelijk van het stellen van een waarborg , als garantie dat zal worden voldaan aan de verplichting tot in - of uitvoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat ; deze waarborg wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd indien de transactie niet , respectievelijk slechts ten dele , binnen deze termijn wordt afgewikkeld .
3. De lijst van de produkten waarvoor uitvoercertificaten worden vereist , wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 67 .
Volgens dezelfde procedure worden de geldigheidsduur van de certificaten en de overige uitvoeringsbepalingen van dit artikel vastgesteld .