Art. 33 Vierde Richtlijn 78/660/EEG
1. De Lid-Staten kunnen bij de Commissie verklaren dat zij zich , in afwijking van artikel 32 en in afwachting van latere coordinatie , de mogelijkheid voorbehouden voor alle vennootschappen of bepaalde categorieën vennootschappen toe te staan of voor te schrijven dat :
a) materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur en voorraden worden gewaardeerd op basis van de vervangingswaarde ;
b) de posten in de jaarrekening , met inbegrip van het eigen vermogen , worden gewaardeerd volgens andere methoden dan die bedoeld sub a ) , ten einde rekening te houden met de inflatie ;
c) materiële vaste activa alsmede financiële vaste activa worden geherwaardeerd .
Komen waarderingsmethoden als bedoeld sub a ) , b ) of c ) in het nationale recht voor , dan dienen daarin ook de inhoud , de grenzen en de wijze van toepassing van deze methoden nader te worden geregeld .
Indien een dergelijke methode is toegepast , wordt zulks in de toelichting medegedeeld , met opgave van de betrokken posten van de balans en de winst - en verliesrekening , alsmede van de methode welke bij de berekening van de vermelde waarden is gevolgd .
2. a ) In geval van toepassing van lid 1 , wordt het bedrag van de verschillen tussen waardering op basis van de gebruikte methode en waardering volgens de algemene regel van artikel 32 aan de passiefzijde geboekt onder " Herwaarderingsreserve " . De fiscale behandeling van deze post wordt in de balans of in de toelichting uiteengezet .
Voor de toepassing van de laatste alinea van lid 1 nemen de vennootschappen in de toelichting met name een tabel op waarin , telkens als de reserve tijdens het boekjaar is gewijzigd , het volgende wordt vermeld :
- het bedrag van de herwaarderingsreserve aan het begin van het boekjaar ;
- het bedrag van de waarderingsverschillen die in de loop van het boekjaar naar de herwaarderingsreserve zijn overgeboekt ;
- de bedragen die in de loop van het boekjaar in kapitaal zijn omgezet of anderszins uit de herwaarderingsreserve zijn overgeboekt , alsmede de aard van die overboeking ;
- het bedrag van de herwaarderingsreserve aan het einde van het boekjaar .
b) De herwaarderingsreserve kan te allen tijde geheel of ten dele in kapitaal worden omgezet .
c) De herwaarderingsreserve moet worden verminderd voor zover de gereserveerde bedragen niet meer noodzakelijk zijn voor de toepassing en voor het bereiken van het doel van de gebruikte waarderingsmethode .
De Lid-Staten kunnen regels geven voor het gebruik van de herwaarderingsreserve , met dien verstande dat er slechts bedragen uit de herwaarderingsreserve aan de winst - en verliesrekening mogen worden toegevoegd voor zover de overgeboekte bedragen ten laste van de winst - en verliesrekening zijn gebracht dan wel betrekking hebben op een daadwerkelijk gerealiseerde waardevermeerdering . Deze bedragen worden afzonderlijk in de winst - en verliesrekening vermeld . Uit de herwaarderingsreserve mogen noch rechtstreeks noch middellijk bedragen worden uitgekeerd , tenzij zij overeenstemmen met een gerealiseerde waardevermeerdering .
d) Behalve in de sub b ) en c ) genoemde gevallen , mag de herwaarderingsreserve niet worden verminderd of opgeheven .
3. De waardecorrecties worden elk jaar berekend op basis van de voor het betrokken boekjaar in aanmerking genomen waarde . In afwijking van de artikelen 4 en 22 mogen de Lid-Staten evenwel toestaan of eisen dat alleen het bedrag van de waardecorrecties voortvloeiend uit de toepassing van de algemene regel van artikel 32 in de betreffende posten van de schema's van de artikelen 23 tot en met 26 wordt vermeld en dat het verschil voortvloeiend uit de toepassing van de op grond van dit artikel gebruikte waarderingsmethode afzonderlijk in de schema's wordt vermeld . Overigens zijn de artikelen 34 tot en met 42 van overeenkomstige toepassing .
4. In geval van toepassing van lid 1 , wordt in de balans of in de toelichting - afzonderlijk voor elke in de schema's van de artikelen 9 en 10 vermelde balanspost met uitzondering van voorraden - opgave gedaan van :
a) hetzij het bedrag van de waardering volgens de algemene regel van artikel 32 en het bedrag van de gecumuleerde waardecorrecties op de balansdatum ,
b) hetzij het bedrag op de balansdatum van het verschil tussen de waardering volgens dit artikel en die volgens artikel 32 , en in voorkomend geval het bedrag van de gecumuleerde aanvullende waardecorrecties .
5. Onverminderd het bepaalde in artikel 52 worden de bepalingen van dit artikel binnen zeven jaar na de kennisgeving van deze richtlijn door de Raad op voorstel van de Commissie onderzocht en in voorkomend geval gewijzigd , rekening houdend met de economische en monetaire ontwikkelingen in de Gemeenschap .