Art. 31 Vierde Richtlijn 78/660/EEG
1. De Lid-Staten zorgen ervoor dat de waardering van de posten in de jaarrekening geschiedt volgens de onderstaande algemene beginselen :
a) de vennootschap wordt vermoed haar werkzaamheden voort te zetten ;
b) de waarderingsmethoden mogen niet van het ene boekjaar op het andere worden gewijzigd ;
c) het voorzichtigheidsbeginsel moet steeds in acht worden genomen en in het bijzonder geldt het volgende :
aa ) winsten mogen slechts worden opgenomen voor zover zij op de balansdatum gerealiseerd zijn ;
bb ) alle voorzienbare risico's en mogelijke verliezen die hun oorsprong hebben in het boekjaar of in een vorig boekjaar , moeten in aanmerking worden genomen , ook als deze risico's en verliezen pas bekend worden tussen de balansdatum en de datum waarop de balans wordt opgesteld ;
cc ) waardeverminderingen moeten in aanmerking worden genomen , ongeacht het resultaat van het boekjaar ;
d) lasten en baten betreffende het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft , moeten in aanmerking worden genomen , ongeacht het tijdstip van betaling van deze lasten of ontvangst van deze baten ;
e) de activa en passiva worden elk afzonderlijk gewaardeerd ;
f) de beginbalans van een boekjaar moet overeenstemmen met de eindbalans van het voorafgaande boekjaar .
2. Afwijking van deze algemene beginselen is in uitzonderingsgevallen toegestaan . Zodanige afwijking moet in de toelichting worden vermeld en naar behoren gemotiveerd ; de invloed daarvan op het vermogen , de financiële positie en het resultaat moet worden aangegeven .