Art. 11 Verordening (EEG) nr. 222/77
In deze verordening wordt verstaan onder :
a) " aangever " :
de personen die , zelf of door een gevolmachtigde , een aangifte voor communautair douanevervoer ten aanzien waarvan de vereiste douaneformaliteiten zijn vervuld heeft gedaan , waardoor hij zich tegenover de bevoegde autoriteiten verplicht tot het regelmatig verrichten van dat douanevervoer ;
b) " vervoermiddel " : met name
- elk voertuig voor wegverkeer , aanhangwagen , oplegger ,
- elke spoorwagen ,
- elk schip of elke boot ,
- elk luchtvaartuig ,
- elke container in de zin van de Douaneovereenkomst inzake containers ;
c) " kantoor van vertrek " :
het douanekantoor waar het communautair douanevervoer begint ;
d) " kantoor van doorgang " :
- het douanekantoor van binnenkomst , gelegen in een andere Lid-Staat dan de Lid-Staat van vertrek ,
- alsmede het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap , wanneer tijdens het communautaire douanevervoer de zending het grondgebied van de Gemeenschap via een grens tussen een Lid-Staat en een derde land verlaat ;
e) " kantoor van bestemming " :
het douanekantoor waar de goederen ter beëindiging van het communautair douanevervoer moeten worden aangebracht ;
f) " kantoor van zekerheidstelling " :
het douanekantoor waar een doorlopende zekerheid wordt gesteld ;
g) " binnengrens " :
de gemeenschappelijke grens van twee Lid-Staten .
Goederen die in een zeehaven van een Lid-Staat worden ingescheept en in een zeehaven van een andere Lid-Staat worden ontscheept , worden geacht een binnengrens te overschrijden , voor zover voor de zeereis één enkel transportbescheid wordt opgemaakt .
Goederen die over zee uit een derde land worden aangevoerd en in een zeehaven van een Lid-Staat worden overgeladen om in een zeehaven van een andere Lid-Staat te worden ontscheept , worden niet geacht een binnengrens te hebben overschreden .