Art. 7 Richtlijn 77/249/EEG
1. De bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van ontvangst kan degene die de diensten verricht , verzoeken zijn bevoegdheid tot de uitoefening van het beroep van advocaat aan te tonen .
2. Ingeval niet aan de in artikel 4 bedoelde verplichtingen die in de Lid-Staat van ontvangst gelden , wordt voldaan , bepaalt de bevoegde autoriteit van die Staat overeenkomstig de eigen regels van materieel en formeel recht welke gevolgen daaraan zijn verbonden , en kan zij , te dien einde , mededeling van de nodige gegevens over de beroepsuitoefening van de betrokkene verkrijgen . Zij geeft de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van herkomst kennis van iedere genomen beslissing . De mededelingen laten het geheime karakter van de verstrekte inlichtingen onverlet .