Art. 4 Richtlijn 77/249/EEG
1. De werkzaamheden betreffende de vertegenwoordiging en de verdediging van een cliënt in rechte of ten overstaan van een overheidsinstantie worden in elke Lid-Staat van ontvangst uitgeofend onder de voorwaarden die voor de aldaar gevestigde advocaten gelden met uitsluiting van enig vereiste inzake woonplaats of lidmaatschap van een beroepsorganisatie in die Staat .
2. Bij het uitoefenen van deze werkzaamheden neemt de advocaat de beroepsregels van de Lid-Staat van ontvangst in acht , onverminderd de verplichtingen waaraan hij in de Lid-Staat van herkomst dient te voldoen .
3. Ten aanzien van de in het Verenigd Koninkrijk uitgeofende werkzaamheden wordt onder " beroepsregels van de Lid-Staat van ontvangst " die van de " solicitors " verstaan indien deze werkzaamheden niet zijn voorbehouden aan " barristers " of " advocates " . In het tegenovergestelde geval gelden de beroepsregels voor de beide laatsgenoemde categorieën . Op de " barristers " uit Ierland zijn evenwel steeds de beroepsregels voor de " barristers " of " advocates " van het Verenigd Koninkrijk van toepassing .
Ten aanzien van de in Ierland uitgeoefende werkzaamheden worden onder " beroepsregels van de Lid-Staat van ontvangst " die van de " barristers " verstaan , wanneer het gaat om beroepsregels betreffende de mondelinge voordracht van een zaak voor een gerecht . In alle andere gevallen zijn de beroepsregels voor " solicitors " van toepassing . Op " barristers " en " advocates " uit het Verenigd Koninkrijk zijn echter steeds de beroepsregels voor de " barristers " van Ierland van toepassing .
4. Ten aanzien van andere werkzaamheden dan die bedoeld in lid 1 blijft de advocaat onderworpen aan de voorwaarden en beroepsregels van de Lid-Staat van herkomst , onverminderd zijn verplichting tot de inachtneming van de beroepsregels , van welke oorsprong dan ook , die in de Lid-Staat van ontvangst van toepassing zijn , met name wat betreft de onverenigbaarheid van het uitoefenen van de wrkzaamheden van advocaat met het verrichten van andere werkzaamheden in deze Lid-Staat , het beroepsgeheim , de confraternele betrekkingen , het verbod van bijstand door een zelfde advocaat aan partijen met tegenstrijdige belangen en de publiciteit . Laatstgenoemde regels zijn slechts van toepassing indien zij kunnen worden nageleefd door een niet in de Lid-Staat van ontvangst gevestigde advocaat en voor zover de naleving van die regels objectief gerechtvaardigd is ten einde in die Staat de correcte uitoefening van de werkzaamheden van advocaten , de waardigheid van het beroep en de inachtneming van bovenbedoelde regels inzake onverenigbaarheid te waarborgen .