Art. 9 Richtlijn 77/92/EEG
1. Het bewijs dat aan de in de artikelen 4 , 5 , 6 en 7 gestelde voorwaarden is voldaan , wordt geleverd door een door de bevoegde instantie of organisatie van de Lid-Staat van oorsprong of van herkomst afgegeven verklaring , welke de belanghebbende moet toevoegen aan zijn verzoek om in de ontvangende Lid-Staat een van de betrokken werkzaamheden te mogen uitoefenen .
2. De Lid-Staten wijzen binnen de in artikel 13 gestelde termijn de voor de afgifte van de in lid 1 bedoelde verklaring bevoegde instanties en organisaties aan en stellen de overige Lid-Staten en de Commissie daarvan onverwijld in kennis .
3. Binnen de in artikel 13 gestelde termijn deelt iedere Lid-Staat de overige Lid-Staten en de Commissie tevens mede , bij welke instanties en organisaties het verzoek om in de ontvangende Lid-Staat de in artikel 2 bedoelde werkzaamheden te mogen uitoefenen en de documenten ter ondersteuning daarvan moeten worden ingediend .