Art. 7 Richtlijn 74/409/EEG
1. De enige aanduidingen die goed zichtbaar , duidelijk leesbaar en onuitwisbaar op de verpakkingen , recipiënten of etiketten van honing moeten worden aangebracht , zijn :
a) de benaming " honing " " honig " of een van de in artikel 1 , lid 2 , vermelde benamingen ; nochtans moeten " raathoning " / " raathonig " en " brokhoning " / " brokhonig " als zodanig worden aangeduid ; in de in artikel 6 , lid 1 , tweede alinea , sub b ) , en lid 3 , eerste alinea , bedoelde gevallen dient de benaming van het produkt " bakkershoning " / " bakkershonig " of " industriehoning " / " industriehonig " te zijn ;
b) het nettogewicht , uitgedrukt in grammen of kilogrammen ;
c) de naam of de handelsnaam en het adres of de maatschappelijke zetel van de producent , van de verpakker of van een in de Gemeenschap gevestigde verkoper .
2. De Lid-Staten kunnen voor hun grondgebied de benaming " honingdauwhoning " / " honigdauwhonig " verplicht stellen voor honing , die overwegend is samengesteld uit honingdauwhoning , die daarvan de organoleptische , fysisch-chemische en microscopische kenmerken heeft en die geen verwijzing naar de oorsprong va een specifieke plant draagt , zoals " sparrehoning " / " sparrehonig " .
3. In afwijking van lid 1 mogen de Lid-Staten de nationale voorschriften volgens welke het land van oorsprong moet worden vermeld , handhaven . Deze vermelding mag echter meer worden geëist voor honing van oorsprong uit de Gemeenschap .
4. De in lid 1 , sub a ) , bedoelde benaming " honing " / " honig " of één van de in artikel 1 , lid 2 , bedoelde benamingen mag onder andere worden aangevuld met :
a) een verwijzing naar de oorsprong ( bloemen of planten ) , mits het produkt overwegend van de aangegeven oorsprong afkomstig is en daarvan de organoleptische , fysisch-chemische en microscopische eigenschappen heeft ;
b) een regionale , territoriale of topografische aanduiding , mits het produkt volledig de aangegeven oorsprong heeft .
5. Indien de honing in verpakkingen of recipiënten met een nettogewicht van 10 kg of meer wordt verpakt en niet in de kleinhandel wordt verkocht , behoeven de in lid 1 , sub b ) en c ) , bedoelde aanduidingen slechts op de begeleidende documenten te worden vermeld .
6. De Lid-Staten treffen afgezien van hetgeen in lid 1 is bepaald geen nadere regeling inzake de wijze waarop de in dat lid voorgeschreven aanduidingen aangebracht dienen te worden . Wanneer de in lid 1 , sub a ) , bedoelde aanduidingen niet in de officiële taal of talen van hun land op een van de zijden van de verpakking of van het recipiënt voorkomen , mogen de Lid-Staten evenwel de handel in de betrokken honingsoort op hun grondgebied verbieden .
7. Tot aan het einde van de overgangsperiode waarin het gebruik van de meeteenheden van het imperiale stelsel als bedoeld in bijlage II van de Richtlijn nr . 71/354/EEG van de Raad van 18 oktober 1971 , inzake meeteenheden ( 1 ) , in de Gemeenschap is toegelaten , kunnen de Lid-Staten voorschrijven dat het gewicht tevens in meeteenheden van het imperiale stelsel moet worden uitgedrukt .
8. De leden 1 tot en met 7 zijn van toepassing onverminderd de op een later tijdstip door de Gemeenschap ter zake van etikettering vastgestelde voorschriften .