Art. 1 Richtlijn 74/409/EEG
1. In deze richtlijn wordt onder honing verstaan het levensmiddel dat door honingbijen wordt bereid uit bloemennectar of uitscheidingsprodukten die van levende plantedelen afkomstig zijn of zich daarop bevinden , welke grondstoffen door deze bijen worden ingezameld , verwerkt , met eigen specifieke stoffen vermengd en ten slotte in de raten van de bijenwoningen worden opgeslagen om te rijpen . Dit levensmiddel kan vloeibaar , dik of gekristalliseerd zijn .
2. De voornaamste honingsoorten zijn :
a) naargelang van de oorsprong
bloemenhoning/bloemenhonig of nectarhoning/nectarhonig :
honing die hoofdzakelijk verkregen is uit nectariën van bloemen ;
honingdauwhoning/honigdauwhonig :
honing die hoofdzakelijk verkregen is uit de uitscheidingsprodukten die van levende plantedelen afkomstig zijn of zich daarop bevinden : de kleur varieert van lichtbruin of groenachtig bruin tot bijna zwart ;
b) naargelang van de bereidingswijze
raathoning/raathonig :
honing die door bijen is opgeslagen in de gesloten cellen van maagdelijke door henzelf gemaakte raten zonder broed , en die in nele raten of delen daarvan wordt verkocht ;
brokhoning/brokhonig :
honing , die een of meer brokken raathoning bevat ;
lekhoning/lekhonig :
honing , verkregen door het laten uitlekken van geopende raten zonder broed ;
slingerhoning/slingerhonig :
honing , verkregen door het centrifugeren van geopende raten zonder broed ;
pershoning/pershonig :
honing , verkregen door het samenpersen van raten zonder broed , zonder verwarming of bij matige verwarming ;