Art. 75 Verordening (EEG) nr. 1408/71, Verlenen van bijslagen en vergoedingen
1. a) Gezinsbijslagen worden in de in artikel 73, leden 1 en 3, bedoelde gevallen, verleend door het bevoegde orgaan van de Staat aan de wetgeving waarvan de werknemer onderworpen is en in het in artikel 74, lid 1, bedoelde geval door het bevoegde orgaan van de Staat krachtens de wettelijke regeling waarvan de werkloze werkloosheidsuitkering geniet. Zij worden overeenkomstig de door deze organen toegepaste bepalingen verleend, onafhankelijk van het feit of de natuurlijke of de rechtspersoon aan wie deze bijslagen moeten worden uitbetaald, op het grondgebied van de bevoegde Staat of op dat van een andere Lid-Staat woont of verblijft;
b) indien degene aan wie de gezinsbijslagen moeten worden verleend, deze niet voor het onderhoud van de gezinsleden besteedt, betaalt het bevoegde orgaan, op verzoek en door tussenkomst van het orgaan van hun woonplaats dan wel van het orgaan of de instelling welke daartoe door de bevoegde autoriteit van het land, waar zij wonen, aangewezen is, deze bijslagen uit aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon te wiens laste de gezinsleden in feite komen, hetgeen volledige kwijting van het bevoegde orgaan inhoudt;
c) twee of meer Lid-Staten kunnen ingevolge artikel 8 overeenkomen dat het bevoegde orgaan de gezinsbijslagen welke krachtens de wettelijke regeling van deze Staten of van één van deze Staten verschuldigd zijn, aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon uitbetaalt te wiens laste de gezinsleden in feite komen, hetzij rechtstreeks hetzij door tussenkomst van het orgaan van hun woonplaats.
2. a) In de in artikel 73, lid 2, en artikel 74, lid 2, bedoelde gevallen worden de kinderbijslagen door het orgaan van de woonplaats van de gezinsleden volgens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling verleend;
b) wanneer de bijslagen echter volgens deze wettelijke regeling aan de werknemer moeten worden verleend, keert het sub a) bedoelde orgaan deze bijslagen uit aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon te wiens laste de gezinsleden ter plaatse waar zij wonen, in feite komen, of eventueel rechtstreeks aan deze gezinsleden;
c) het bevoegde orgaan vergoedt het volle bedrag van de overeenkomstig het bepaalde sub a) en b) verleende bijslagen. De vergoedingen worden vastgesteld en vinden plaats op de wijze welke in de in artikel 97 bedoelde toepassingsverordening geregeld.