Art. 3, Gelijkheid van behandeling
1. Personen die op het grondgebied van een der Lid-Staten wonen en op wie de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn, hebben de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van elke Lid-Staat onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die Staat, behoudens bijzondere bepalingen van deze verordening.
2. Het voorgaande lid is van toepassing op het recht om leden van de organen der sociale zekerheidsinstellingen te kiezen of deel te hebben in hun benoeming, doch doet geen afbreuk aan de bepalingen van de wetgeving van enige Lid-Staat betreffende de verkiesbaarheid en de wijze van benoeming van de betrokkenen in deze organen.
3. De rechten, voortvloeiende uit verdragen inzake sociale zekerheid welke krachtens artikel 7, lid 2, sub c), van toepassing blijven, alsmede uit verdragen, welke krachtens artikel 8, lid 1, worden gesloten, worden uitgebreid tot allen op wie deze verordening van toepassing is, tenzij in bijlage II anders wordt bepaald.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 27 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4516
- Conclusie A-G Niessen 24 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1150
- Rb. Amsterdam 5 juli 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BP7623
- Rb. Amsterdam 27 juli 2006, ECLI:NL:RBAMS:2006:AY9780
- Rb. Amsterdam 7 augustus 2002, ECLI:NL:RBAMS:2002:AE7396
- Hof 's-Hertogenbosch 10 juli 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ5960