Art. 3 Richtlijn 71/305/EEG
1. Indien de aanbestedende diensten een overeenkomst sluiten , soortgelijk aan die bedoeld in artikel 1 , sub a ) , met uitzondering van het feit dat de tegenprestatie van de uit te voeren werken bestaat uit hetzij uitsluitend het recht het werk te exploiteren , hetzij uit dit recht , gepaard gaande met een prijs , is deze richtlijn niet van toepassing op deze zogenaamde " concessie " -overeenkomst . In alle andere gevallen , is de toepassing van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten verplicht .
2. Indien de concessiehouder zelf een van de aanbestedende diensten is , dient hij voor door derden uit te voeren werken de nationale procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten toe te passen aangepast aan de bepalingen van deze richtlijn .
3. Indien de Staat , een territoriaal lichaam of een van de publiekrechtelijke rechtspersonen , genoemd in bijlage I , aan een andere concessiehouder dan de aanbestedende diensten het recht verleent om openbare werken te doen uitvoeren en deze te exploiteren , moet in de akten van concessie worden bepaald dat deze concessiehouder , bij de opdrachten die hij bij derden plaatst , het beginsel van non-discriminatie op grond van de nationaliteit in acht neemt .
4. Deze richtlijn is niet van toepassing op de overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken welke worden geplaatst door publiekrechtelijke lichamen die vervoerdiensten beheren .
5. Deze richtlijn is niet van toepassing op de overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken , geplaatst door de diensten voor de produktie , de distributie en het vervoer van water en energie .