Art. 5 Richtlijn 64/221/EEG

Richtlijn 64/221/EEG

1. Het besluit inzake de verlening of de weigering van de eerste verblijfsvergunning moet zo spoedig mogelijk worden genomen en uiterlijk zes maanden nadat de aanvraag is ingediend.

De betrokkene wordt toegestaan voorlopig op het grondgebied te verblijven totdat een besluit tot verlening of weigering van de verblijfsvergunning is genomen.

2. Het ontvangende land kan, in gevallen waarin het dit nodig oordeelt, aan de Lid-Staat van herkomst en eventueel aan de andere Lid-Staten inlichtingen vragen omtrent de gerechtelijke antecedenten van de aanvrager. Deze raadpleging mag niet van stelselmatige aard zijn.

De geraadpleegde Lid-Staat moet zijn antwoord binnen twee maanden doen toekomen.