ABRvS 15 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2063

Bij besluiten van 30 juni 2022 en 23 maart 2023 heeft de Nationale ombudsman beslist op verzoeken van [appellant] om verstrekking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). [appellant] betoogt dat de rechtbank de Nationale ombudsman ten onrechte is gevolgd in zijn standpunt dat een bepaalde medewerker van de Nationale ombudsman onder de bescherming valt van artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo. Volgens hem heeft de rechtbank niet onderkend dat deze medewerker vanuit zijn functie naar buiten treedt, bijvoorbeeld in contacten met gemeenten, bij het verzorgen van presentaties en in publicaties. Verder heeft de rechtbank volgens hem niet onderkend dat de te maken belangenafweging in het kader van een verzoek om verstrekking van informatie op grond van artikel 5.5 van de Woo, zoals hier aan de orde, een andere is dan de te maken belangenafweging in het kader van een verzoek om openbaarmaking van informatie op grond van artikel 4.1 van de Woo.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken