ABRvS 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4591

Bij besluit, verzonden op 14 april 2023, (hierna: het besluit van 14 april 2023) heeft de Nationale ombudsman, voor zover hier van belang, twee verzoeken van [appellante] op grond van de Wet open overheid buiten behandeling gesteld. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 14 april 2023 in zijn geheel heeft vernietigd. Volgens haar had de rechtbank het besluit slechts moeten vernietigen voor zover het op haar Woo-verzoeken betrekking heeft en moet de Afdeling dit corrigeren. De rechtbank heeft het besluit van 14 april 2023 vernietigd voor zover het betrekking heeft op de Woo-verzoeken van [appellante]. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte alleen ten aanzien van het voor het beroep betaalde griffierecht heeft bepaald dat de ombudsman dit moet vergoeden. Volgens haar had de rechtbank dit ook moeten bepalen ten aanzien van het voor het verzoek om een voorlopige voorziening betaalde griffierecht. De reden voor de afwijzing van het verzoek was volgens haar immers louter technisch van aard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken