ABRvS 1 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1807
Bij besluiten van 8 september 2022 heeft de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een aanvraag van [appellante] ([appellante]) om een definitieve investeringsverklaring voor haar investering in 30 woningen in een (zorg)complex in Heemstede afgewezen. [appellante] is een toegelaten instelling, zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet. In het kader van haar takenpakket heeft zij opdracht gegeven tot realisatie van het project Slottuin. Binnen dit project zijn, onder meer, 30 woningen gerealiseerd die worden verhuurd aan Stichting Zorgbalans (Zorgbalans), die op haar beurt de woningen ter beschikking stelt aan haar cliënten die zijn geïndiceerd op grond van de Wet langdurige zorg (de Wlz). [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de zorgwoningen niet kunnen worden aangemerkt als voor verhuur bestemde woonruimten. De 30 woningen zijn zelfstandige wooneenheden. [appellante] verhuurt de woningen aan Zorgbalans, in de zin van artikel 7:201 van het BW. Alleen al deze omstandigheid maakt dat de woningen voor verhuur zijn bestemd. De rechtbank heeft over de huurovereenkomst tussen haar en Zorgbalans ten onrechte overwogen dat deze niet ziet op de huur van woningen, maar op de huur van een complex als bedrijfsruimte, aldus [appellante].
De uitspraak op rechtspraak.nl