ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1401
Bij besluiten van 23 juli 2020 en 6 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] twee bestuurlijke boetes opgelegd ter hoogte van ieder € 12.000,00, wegens omzetting van twee zelfstandige woonruimten in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. Op 4 februari 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Amsterdam (de woningen) bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in op ambtsbelofte opgemaakte rapporten van 5 en 6 februari 2020. Op basis daarvan heeft het college geconcludeerd dat [appellante] de woningen aan meer dan het aantal toegestane personen heeft verhuurd, die de aanwezige wezenlijke voorzieningen met elkaar moeten delen en die geen gezamenlijke huishouding voeren, waarbij geen sprake is van inwoning. Daarmee heeft [appellante] volgens het college beide woningen omgezet of omgezet gehouden in onzelfstandige woonruimte, terwijl daarvoor geen vergunningen zijn verleend.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 23 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4210
- ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2067
- ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2071
- ABRvS 8 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:913
- ABRvS 15 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:579
- ABRvS 1 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:419
- HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733
- ABRvS 7 oktober 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ9526
- HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7938
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1982:335
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2014:2206
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:799
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2025:569