ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1391
Bij besluit van 18 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd ter hoogte van € 12.000,00, wegens omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. [appellante] houdt zich onder andere bezig met het detacheren van arbeidsmigranten in de hotelbranche, aan wie zij ook woonruimte verhuurt. Op 16 januari 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning aan de [locatie] in Amsterdam (de woning) bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt rapport van 17 januari 2020. Op basis daarvan heeft het college geconcludeerd dat [appellante] de woning aan meer dan het aantal toegestane personen heeft verhuurd, die de aanwezige wezenlijke voorzieningen met elkaar moeten delen en die geen gezamenlijke huishouding voeren, waarbij geen sprake is van inwoning. Daarmee heeft [appellante] volgens het college de woning omgezet of omgezet gehouden in onzelfstandige woonruimte, terwijl daarvoor geen vergunning is verleend.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 23 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4210
- ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2067
- ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2071
- ABRvS 8 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:913
- ABRvS 15 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:579
- HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733
- ABRvS 7 oktober 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ9526
- HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7938
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1982:335
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2014:2206
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:799
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2025:569