ABRvS 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:789
Bij besluit van 1 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling is op 1 januari 2025 vanuit Taipei op Schiphol aangekomen. Hij heeft daar asiel aangevraagd. De minister heeft hem vervolgens in grensdetentie geplaatst op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw 2000. De minister legt deze grensdetentie ten uitvoer in het Justitieel Complex Schiphol. Deze uitspraak gaat over de vraag of het JCS een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn. De rechtbank heeft op 24 januari 2025 met toepassing van artikel 8:50 van de Awb in het JCS een onderzoek ter plaatse ingesteld. De rechtbank heeft de bevindingen van dit onderzoek weergegeven in haar door de minister aangevallen uitspraak van 31 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2025:1161. Zij heeft op basis van die bevindingen geconcludeerd dat het JCS geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is en dat de grensdetentie van de vreemdeling daarom onrechtmatig is. De minister komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat het JCS te veel het karakter van een gevangenis heeft om te gelden als gespecialiseerde bewaringsaccommodatie.
De uitspraak op rechtspraak.nl