ABRvS 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6396
Bij tussenuitspraak van 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2595, heeft de Afdeling bepaald dat het beroep van MOB tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zeeland van 21 maart 2023 onder zaaknummer 202205402/2/R2 wordt voortgezet en dat de zaak wordt verwezen naar een meervoudige kamer. Yara Sluiskil exploiteert een kunstmestfabriek op de locatie Industrieweg 10 in Sluiskil, in de gemeente Terneuzen. Yara Sluiskil legt zich toe op de productie van stikstofhoudende kunstmest en industriële chemicaliën. Op 11 november 2022 heeft Yara Sluiskil een gewijzigde aanvraag voor een natuurvergunning ingediend. Bij het besluit van 21 maart 2023 heeft het college de gevraagde natuurvergunning geweigerd, omdat die niet nodig is (positieve weigering). Volgens het college neemt de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de aangevraagde bedrijfssituatie niet toe ten opzichte van de referentiesituatie, zodat significante gevolgen als gevolg van de aangevraagde situatie op voorhand zijn uitgesloten. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank terecht het beroep van MOB tegen het besluit van 19 december 2018 ontvankelijk heeft verklaard. De Afdeling heeft met de rechtbank een overschrijding van de beroepstermijn door MOB van ruim dertien maanden verschoonbaar geacht.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4556
- ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923
- ABRvS 4 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3356
- ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2595
- CBb 30 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:31
- ABRvS 6 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4471
- CBb 7 september 2023, ECLI:NL:CBB:2023:476
- ABRvS 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2624
- ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2013:220
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:882