ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2595

Bij besluit van 19 december 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming verleend aan [appellante sub 2] voor het vastleggen van haar activiteiten op het terrein aan de [locatie] in [plaats]. [appellante sub 2] heeft de natuurvergunning aangevraagd vanwege de mogelijke negatieve effecten van haar activiteiten op de omliggende Natura 2000-gebieden "Canisvliet" en "Westerschelde & Saeftinghe". Het college heeft deze vergunning verleend bij het besluit van 19 december 2018, met toepassing van het Programma Aanpak Stikstof. Het besluit is voorbereid met toepassing van de uniforme voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Op 30 maart 2020 heeft MOB tegen dit besluit beroep ingesteld. Bij de uitspraak van 27 juli 2022 heeft de rechtbank het beroep van MOB tegen het besluit van 19 december 2018 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, omdat de natuurvergunning is verleend onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is gemaakt, en dat niet kon gelet op de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 (de PAS-uitspraak).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken