ABRvS 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6141

Bij besluit van 6 maart 2024 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is sinds 2 november 2022 huurder van de woning aan [locatie] in Rotterdam. Zij heeft verzocht om verlening van een urgentieverklaring wegens de hoge woonlasten van de woning. Aan de afwijzing van de aanvraag heeft de SUWR ten grondslag gelegd dat [appellante] bij het sluiten van de huurovereenkomst wist dat zij de huurprijs niet zou kunnen betalen. Daarmee is het huisvestingsprobleem volgens de SUWR ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van [appellante] en doet zich de algemene weigeringsgrond, in de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 voor. Op grond daarvan kan de SUWR een urgentieverklaring weigeren, als het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van de aanvrager of een lid van het huishouden, voor zover dit verwijtbare doen of nalaten niet langer dan twee jaar voor het indienen van de aanvraag plaatsvond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen