ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5609
Bij besluit van 30 september 2021 heeft de Kamer voor de Binnenvisserij een verzoek van [appellant] om verlenging van een overeenkomst van huur en verhuur van visrecht afgewezen. [appellant], geboren op [geboortedatum] 1950, is beroepsvisser. Het Hoogheemraadschap en [appellant] hebben een overeenkomst gesloten voor de huur en verhuur van het volledige visrecht dan wel van het aalvisrecht in onderscheiden wateren die eigendom zijn van het Hoogheemraadschap die gold van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2021. Deze overeenkomst is aangegaan nadat partijen over een eerdere opzegging van de huurovereenkomst en afwijzing van een verlengingsverzoek hebben geprocedeerd. Het Hoogheemraadschap heeft per brief van 30 maart 2021 aan [appellant] medegedeeld de overeenkomst na 31 december 2021 niet te willen voortzetten als bedoeld in artikel 33, eerste lid, sub a, van de Visserijwet 1963, vanwege de omstandigheid dat hij voor het einde van de lopende overeenkomst de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
De uitspraak op rechtspraak.nl