ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5598

Bij besluit van 2 november 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland het verzoek van [appellant sub 3] en anderen van 30 maart 2020 om de vergunning van 27 september 2013, inclusief wijziging van 28 september 2015 van [appellante sub 1], verleend op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, in te trekken op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder d, en het tweede lid, van de Wet natuurbescherming, afgewezen. [appellant sub 3] en anderen hebben verzocht om de natuurvergunning van [appellante sub 1], gevestigd aan de [locatie 1] in Gendt, in te trekken. De natuurvergunning is verleend voor 2015 melkgeiten, 1880 melkgeiten in opfok, 10 melkkoeien en 12 legkippen. [appellant sub 3] en anderen hebben verzocht om intrekking, omdat er volgens hen gewijzigde omstandigheden zijn zoals bedoeld in artikel 5.4, eerste lid en onder d, van de Wnb. Ook hebben [appellant sub 3] en anderen verzocht om intrekking op grond van artikel 5.4, tweede lid, van de Wnb, omdat het bedrijf depositie veroorzaakt op het Natura 2000-gebied Rijntakken terwijl niet uitgesloten is dat sprake is van een (dreigende) verslechtering of significante verstoring van dat gebied.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken