ABRvS 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5202
Bij besluit van 6 juli 2020 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] om een overtreding van de Wet normering topinkomens te beëindigen en besloten om de last onder dwangsom openbaar te maken. De stichting Helicon Opleidingen was het bevoegd gezag van meerdere vmbo- en mbo-scholen. [appellant] was in dienst van Helicon sinds 1983 en sinds 1997 was hij lid van het college van bestuur. Naar aanleiding van interne conflicten in het college van bestuur in 2014 is het dienstverband van [appellant] beëindigd op initiatief van de raad van toezicht van Helicon. Hiertoe hebben [appellant] en Helicon op 23 oktober 2014 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Hierin staat dat het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2015 en dat [appellant] meerdere vergoedingen ontvangt. Hij was op dat moment 62 jaar en Helicon en [appellant] waren het eens dat de kans dat hij nieuw werk kon vinden, nihil was. Overeengekomen is dat [appellant] een vergoeding krijgt van € € 397.524,00. In een rapport van 27 mei 2019 heeft de inspectie geconcludeerd dat de vergoedingen ten gunste van [appellant] de normen van de Wnt overschrijden met een (bruto) bedrag van € 137.524,00. De inspectie heeft erop aangestuurd dat [appellant] dit bedrag terugbetaalt aan Helicon.
De uitspraak op rechtspraak.nl