ABRvS 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:509

Bij besluit van 6 december 2022 heeft de staatssecretaris een verzoek van appellant om hem het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. appellant is in het bezit van een verblijfsvergunning in het kader van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. Hij heeft samen met zijn echtgenote en kind op 12 november 2021 een verzoek om naturalisatie gedaan. Op 2 augustus 2022 is appellant samen met zijn echtgenote en kind aanwezig geweest bij een naturalisatieceremonie. Tijdens die ceremonie is een bekendmaking van verlening van het Nederlanderschap waarin de namen van appellant en zijn dochter zijn genoemd, aan zijn dochter uitgereikt. De staatssecretaris heeft het verzoek van appellant om naturalisatie afgewezen bij besluit van 6 december 2022, omdat er twijfel bestaat over de juistheid van de door appellant opgegeven identiteit en nationaliteit. Volgens de staatssecretaris slaagt het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel niet, omdat het Nederlanderschap niet verkregen kan worden door de werking van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, waaronder het vertrouwensbeginsel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken