ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3553

Bij afzonderlijke besluiten van 6 januari 2020 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvragen van [appellant] voor paspoorten voor zijn twee minderjarige zonen buiten behandeling gelaten. [appellant] heeft op 29 oktober 2008 het Nederlanderschap verkregen. Zijn beide zonen zijn op [geboortedatum] 2010 in Rusland geboren. Op [datum] 2018 heeft hij zijn beide zonen in Rusland erkend, waarbij een bewijs van vaststelling van afstamming vaderszijde is opgesteld. Op 26 november 2019 heeft [appellant] samen met de moeder van zijn zonen een Nederlands paspoort voor zijn kinderen aangevraagd. De minister heeft de aanvragen van [appellant] buiten behandeling gelaten, omdat zijn kinderen volgens de minister nooit het Nederlanderschap hebben bezeten. Met het besluit van 26 oktober 2022 is de minister hierbij gebleven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken