ABRvS 1 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4046

Bij besluit van 21 april 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een namens [appellante] ingediende aanvraag tot het verlenen van een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellante] is geboren op [geboortedatum] 2008 en heeft de Surinaamse nationaliteit. Zij is op 22 januari 2020 door haar Nederlandse vader erkend. Vervolgens hebben haar ouders op 12 januari 2021 namens haar een aanvraag bij de minister ingediend om aan haar een Nederlands paspoort te verstrekken. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat [appellante] niet de Nederlandse nationaliteit bezit. Zij heeft namelijk niet bij geboorte van rechtswege het Nederlanderschap verkregen. Ook heeft zij het Nederlanderschap volgens de minister niet door erkenning gekregen. Op het moment van erkenning was zij al ouder dan zeven jaar en in dat geval moet ingevolge artikel 4, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap het biologisch ouderschap binnen één jaar na de erkenning zijn aangetoond. Volgens de minister heeft [appellante] hieraan niet voldaan en de rechtbank is hem hierin gevolgd. Hierover gaat het geschil.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken