ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3413

Bij besluit van 5 september 2017 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht aan [partij] op grond van artikel 3.8, eerste lid, in samenhang gelezen met artikel 3.10, tweede lid, van de Wet natuurbescherming een ontheffing van het verbod van artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wnb verleend voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantings- en rustplaatsen van de das. De ontheffing is verleend ten behoeve van de bouw van een theehuis en de aanleg van een parkeerplaats en een dierenbegraafplaats op de hoek van de Vuurse Steeg en de Embranchementsweg op het [landgoed]. [partij] is de eigenaar van [landgoed]. Hij wil op het landgoed een theehuis met parkeergelegenheid en een dierenbegraafplaats realiseren, om zo financiële middelen te genereren voor het beheer en het onderhoud van het landgoed. Omdat in de directe omgeving van de locatie de das is aangetroffen, heeft [partij] bij het college een ontheffing aangevraagd. Het college heeft de gevraagde ontheffing op 5 september 2017 verleend. Het college heeft daaraan ten grondslag gelegd dat het aannemelijk is dat de locatie essentieel foerageergebied is voor de das en dat als gevolg van de ontwikkeling 0,33 ha van dit foerageergebied verloren zal gaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken