ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3305
Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Betrokkene stelt de Afghaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 2001. De minister heeft zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat België daarvoor op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is hiervoor het uitgangspunt. Dat houdt het vermoeden in dat de behandeling van een vreemdeling in de aangezochte EU-lidstaat - in dit geval België - in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het EVRM en het Vluchtelingenverdrag. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen nog steeds voor België van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan en of betrokkene een reëel risico loopt dat hij bij terugkeer naar België terechtkomt in een situatie die in strijd is met artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM. Betrokkene wil niet terug naar België, omdat hij vreest dat hij in dat land geen toegang zal hebben tot opvang.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 4 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3455
- ABRvS 13 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:896
- ABRvS 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4198
- ABRvS 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4199
- EHRM 18 juli 2023, ECLI:CE:ECHR:2023:0718JUD004925522
- ABRvS 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1412
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:218
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2023:272
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:195