ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922
Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor zes maanden gesloten. [appellante] woonde samen met haar vader [persoon] in de woning aan de [locatie] in Rotterdam. Op 9 maart 2021 heeft er een grootschalig witwasonderzoek door de regionale recherche plaatsgevonden. Bij dit onderzoek werd [persoon] aangehouden en werd de woning doorzocht. In de door de politie aan de burgemeester gerichte brief van 15 april 2021 en de bestuurlijke rapportage van 7 april 2021 staat dat in de woning het volgende is aangetroffen: € 44.580,00, vijf pistolen, een minipistool, een vuurwapen in de vorm van een wandelstok, een wapenstok, een hakbijl, een wurgstok, een kruisboog, een boksbeugel, elf verschillende messen, vijf kobra’s, een gripzakje met netto 8 g MDMA, een gripzakje met netto 9,8 g cocaïne, een zakje met netto 4,5 g inositol en een zakje met netto 35,7 g lactose. De burgemeester heeft besloten om de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor zes maanden te sluiten. Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat het gaat om een ernstig geval en dat de woning bekend is in het criminele circuit.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1910
- ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1911
- ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1913
- ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1916
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285
- Rb. Rotterdam 29 januari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1096
- ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912
- ABRvS 31 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2625