ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1913

Bij besluit van 24 oktober 2019 heeft de burgemeester van Eindhoven onder aanzegging van bestuursdwang [appellante] gelast de woning op het adres [locatie] te Eindhoven (hierna: de woning) te sluiten voor de duur van vier maanden. De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang als in een woning een middel als bedoeld in lijst I of lijst II, behorend bij de Opiumwet, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. De burgemeester heeft bij het besluit van 24 oktober 2019 op grond van deze bepaling overeenkomstig paragraaf 5 van de Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Eindhoven 2016 besloten om de woning voor vier maanden te sluiten. Daaraan heeft de burgemeester ten grondslag gelegd dat de politie op 15 augustus 2019 in de woning, op de slaapkamer van de oudste zoon van [appellante], 79,66 g cocaïne heeft aangetroffen verdeeld over 87 zakjes.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken