ABRvS 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2471
Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college [appellante] onder aanzegging van bestuursdwang gelast om uiterlijk op 31 maart 2023 de woonarken, althans vaartuigen, het drijvende terras, de drijvende vlonder en de motorboot uit de Industriehaven te verwijderen en verwijderd te houden uit Utrechts openbaar vaarwater. [appellante] is eigenaar van zes arken. Haar plan was om met drie van de arken in het Merwedekanaal in Vianen een drijvend roei- en trainingscentrum op te zetten. De provincie Utrecht en Rijkswaterstaat hebben in 2020 laten weten hieraan geen medewerking te verlenen. De arken hebben met toestemming van de gemeente Vijfheerenlanden tot medio juni 2020 in de passantenhaven van Vianen gelegen. Het college heeft aan [appellante] toestemming gegeven om de arken naar de Industriehaven in Utrecht te verslepen. [appellante] heeft vervolgens de arken, een drijvend terras, een drijvende vlonder en een motorboot in de Industriehaven afgemeerd. Volgens het college had [appellante] tot 1 oktober 2020 toestemming om de arken en andere objecten in de Industriehaven af te meren. In geschil is of de arken en objecten ook na die datum nog in de Industriehaven mochten blijven liggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl