ABRvS 22 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:199
Bij besluit van 2 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht de aanvraag van [wederpartij A] en [wederpartij B] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [wederpartij A] en [wederpartij B] zijn sinds 21 januari 2002 eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Maastricht. Op 28 november 2007 heeft het college aan [wederpartij A] en [wederpartij B] een bouwvergunning verleend voor het realiseren van een kantoorpand op het perceel. Op 5 december 2017 hebben [wederpartij A] en [wederpartij B] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade. Zij hebben gesteld dat de planologische situatie op het perceel door de inwerkingtreding op 24 december 2014 van het bestemmingsplan Maastricht-West van 18 september 2012 is verslechterd, omdat het onder het nieuwe planologische regime, anders dan onder het daaraan voorafgaande regime van het bij raadsbesluit van 5 juli 1994 vastgestelde en bij raadsbesluit van 9 juli 1996 gewijzigde bestemmingsplan Maastricht-West, niet meer is toegestaan om het gebouw op het perceel voor zelfstandige kantoordoeleinden te gebruiken.
De uitspraak op rechtspraak.nl