ABRvS 2 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1451
Bij besluit van 15 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] voor een urgentieverklaring buiten behandeling gesteld. [appellant] heeft een aanvraag voor een urgentieverklaring ingediend omdat hij vanwege zijn mentale problematiek wil worden opgenomen in een traject voor begeleid wonen en hij daarvoor een woning nodig heeft. Het college heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld. Op grond van artikel 13, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 en artikel 4:2, tweede lid, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 kan een aanvraag voor een urgentieverklaring uitsluitend door middel van het daartoe bestemde aanvraagformulier worden ingediend. [appellant] heeft zijn aanvraag niet via het aanvraagformulier ingediend. Het college heeft hem daar bij brief van 1 juni 2023 op gewezen. [appellant] heeft hier niet op gereageerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl