ABRvS 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:864
Bij besluit van 17 december 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete van € 10.800,00 opgelegd wegens overtreding van artikel 3.16, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit en een boete van € 5.400,00 wegens overtreding van artikel 7.18b, eerste lid, aanhef en onder c, van het Arbobesluit. Op 10 oktober 2018 heeft naar aanleiding van een melding een inspectie door de arbeidsinspecteur plaatsgevonden op de [locatie] in Delft. [appellante] voerde hier saneringswerkzaamheden uit waarbij asbesthoudende golfplaten van de daken van twee gebouwen werden verwijderd. [appellante] gebruikte hiervoor een verreiker met een werkplatform. De werknemers waren via een lijn aan het werkplatform bevestigd met een valstopapparaat. Bij de werkzaamheden zijn volgens de minister bepalingen uit het Arbobesluit overtreden. De rechtbank heeft het volgende aan haar uitspraak ten grondslag gelegd. [appellante] heeft niet aannemelijk gemaakt dat een vorm van collectieve valbeveiliging niet kon worden aangebracht, of dat het aanbrengen of wegnemen van collectieve valbeveiligingsmaatregelen grotere gevaren oplevert dan de daadwerkelijk te verrichten arbeid.
De uitspraak op rechtspraak.nl