Rb. Noord-Holland 6 juni 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:6405

Boetes opgelegd ogv Arbobesluit. Overtredingen worden niet betwist. Ten laste gelegde overtredingen betreffen andere juridische feiten en gedragingen waardoor geen sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel dan wel het una via-beginsel. Eiseres gaat uit van een verkeerde lezing van artikel 4.54d van het Arbobesluit. Het accent in dit artikel ligt op de werkzaamheden en niet op een bedrijf dat in het bezit is van een certificaat asbestverwijdering. Geen sprake van het ontbreken van verwijtbaarheid dan wel verminderde verwijtbaarheid. Geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat eiseres direct na de overtreding de door haar genoemde maatregelen heeft getroffen. De opgelegde boete is evenredig en in verhouding tot de met het bestreden besluit te dienen doelen, passend en geboden. Reeds omdat de betrokken overtredingen niet allen een gelijke strekking hebben, is geen sprake van soortgelijke overtredingen. De overtredingen zijn daarom afzonderlijk beboetbaar en de cumulatie van boetes is gelet hierop mogelijk. Bovendien is de vaststelling van het boetebedrag in overeenstemming met de Beleidsregels. Sprake van een schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. De rechtbank ziet daarom aanleiding de boete met 5% te matigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken