ABRvS 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:830
Bij besluit van 10 oktober 2019 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gebruiken van het perceel aan [locatie 1] in Maartensdijk in strijd met het bestemmingsplan, te beëindigen en beëindigd te houden door het totale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken op het perceel terug te brengen tot 150 m2. Bij besluit van 20 januari 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Op het perceel stond voor ongeveer 450 m2 aan bijbehorende bouwwerken. In 2013 heeft [appellant] aan het college een plan voorgelegd om deze bijbehorende bouwwerken te slopen en een nieuw bijbehorend bouwwerk met een oppervlakte van 200 m2 te bouwen. Als reactie hierop heeft het college bij brief van 15 juli 2013 aan [appellant] medegedeeld dat het geen medewerking wil verlenen aan een bijbehorend bouwwerk van 200 m2, maar wel een positieve grondhouding aanneemt ten aanzien van een bijbehorend bouwwerk van maximaal 150 m2.
De uitspraak op rechtspraak.nl